Pedagogisch Psychologisch Centrum Heemstede

Chrysanthemumlaan 2
2106 BN Heemstede

023-5282290

ppch.heemstede@gmail.com

Drs. W. Dondorp is vrijgevestigd registerpsycholoog NIP/Gezondheidszorgpsycholoog (BIG), onderwijskundig pedagoog en lid van NVGzP/VvAA.

BIG registratienummer 49050968625

Uw privacy en PPCH

Bereikbaar op maandag van 9.00 tot 17.00 uur

en donderdag van 8.30 tot 13.30 uur

Telefonisch spreekuur: woensdagavond

van 18.30 tot 19.30 uur

  • Facebook Social Icon

De stof van de modules Tekenanalyse gegeven door het PPCH is auteursrechtelijk beschermd

en intellectueel eigendom van het PPCH.

LEERPLAN

Leerplan modules Tekenanalyse: analyse van concrete en abstracte tekeningen

 

Werkwijze algemeen

In de modules Tekenanalyse; analyse van concrete en abstracte tekeningen,  wordt niet alleen les gegeven in de analyse van tekeningen, maar in ook stromingen die voortkomen uit de psychoanalyse, zoals de dieptepsychologie van Jung, systeemtherapie en cognitieve therapie, waaronder transactionele analyse en focusing. Conflicten uit het dagelijks leven hoeven niet altijd psychoanalytisch te worden benaderd: een pragmatische aanpak kan ook succes hebben.

Alle docenten besteden aandacht aan de theorie en praktische therapeutische vaardigheden. Sinds kort is er bovendien in elke module een college over onderzoeksmethoden en effectonderzoek van de Tekenanalyse. In de modules richt men zich in principe niet op mensen met ernstige pathologische problematiek. Wel moet men ernstige stoornissen kunnen herkennen om cliënten door te verwijzen.


Theoretische en ervaringsgerichte aspecten wisselen elkaar af. Behalve onderwijs in de theorie en analyse van tekeningen is er de mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling. De tekenopdrachten confronteren de student met de eigen blinde vlekken. Op deze wijze maakt hij een ontwikkelingsproces door vergelijkbaar met dat van een cliënt en ondersteund in de leertherapie.

De student leert de non-verbale informatie in het projectieveld van de tekening verstaan, interpreteren en selectief te gebruiken. Vervolgens leert hij een sessie op te bouwen, gebaseerd op een probleemanalyse en gebruikmakend van een serie tekeningen en daar verslag van te leggen. Ook maakt de student zich de vaardigheid eigen om op zorgvuldige wijze te interveniëren in het psychodynamische systeem van de cliënt, onder andere door het geven van tekenopdrachten.

De docenten besteden aandacht aan verschillende psychologische benaderingen, aan therapeutische vaardigheden, aan methodiek en aan de theoretische onderbouwing van de therapie. De studenten worden getraind deze aspecten geïntegreerd toe te passen. Daarbij is er aandacht voor speciale onderwerpen; o.a. een Post Traumatisch Stress Syndroom, het herkennen van schizofrenie, depressies, manische stoornissen, angst- en eetstoornissen en naderende psychose, zodat men cliënten kan doorverwijzen.
 

Module 1. Symptomen van grensoverschrijdingen en depressie (concrete tekeningen)

In  module 1 krijgen de studenten tekenopdrachten over het gezin van herkomst. Daarbij krijgt men die opdrachten die met de verschillende fasen van het opgroeiende kind te maken hebben.

De theoretische vakken omvatten psychoanalytische grondbegrippen zoals: overdracht, topografisch model, libido-ontwikkeling, de gehechtheidtheorie en afweermechanismen. Ook behandeld worden de symptomen van emotionele, fysieke, geestelijke en seksuele grensoverschrijding. Men leert deze symptomen in tekeningen herkennen en in de context van iemands levensgeschiedenis te plaatsen.

Module 2. Narcisme, schaamte en schuld; gezonde en destructieve schaamte (concrete tekeningen)

In module 2 is het onderwijs gericht op het thema schaamte, schuld en gewetensontwikkeling. Het gaat hier om psychische beschadigingen die door de grensoverschrijding tot schuldgevoelens en destructieve schaamte verworden zijn. In het tweede jaar en in module 2 komen ook narcisme en de persoonlijkheidsstoornissen aan de orde.

De student ontwikkelt inzicht in het ontstaan van het eigen oude, vaak negatief gerichte innerlijke werkmodel en hoe zich daarnaast een nieuw positief werkmodel kan ontwikkelen. De student leert zien hoe op de tekening personen of zaken worden samengebald in één situatie: in een compromisformatie of in een ‘verdichting’. Hij maakt kennis met het fenomeen van de 'verschuiving' waarbij het emotionele accent niet op het conflictueuze punt zelf, maar op de tekening elders is geplaatst.

Daarnaast leert men bepaalde onderdelen van de tekening uit te lichten en apart te laten tekenen. Half verborgen objecten in de tekening kan men naar voren halen of figuren uit de tekening kan men van plaats laten veranderen. 
Op deze wijze biedt de tekening, evenals de tekenopdracht zelf, een reeks aan interventiemogelijkheden voor de therapeut.

Aan de hand van de concrete tekeningen leert de student een sessie opbouwen en de subjectieve werkelijkheid van een cliënt met zijn angsten en conflicten in de context van zijn levensverhaal te plaatsen. Dit vormt de essentie van het onderwijs in het eerste en tweede jaar.

Daarbij leert de student echter ook om sterk regressieve tendensen en conflictueus materiaal vooralsnog te vermijden en beschermende afweermechanismen niet te doorbreken. Hierbij is het uitgangspunt dat eenvoudige en cognitief duidelijk integreerbare imaginaties een groter therapeutisch effect hebben dan opwindende en dramatische beelden. Zo zal een te veel aan beleving en een sterke en te snelle beleving, afweer en verdringing tot gevolg hebben.

Module 3. Tekenanalyse metaforen (concrete tekeningen van landschapsbeelden)

In module 3 worden de zogenoemde standaardmotieven aangeboden. Dit zijn getekende dagdroombeelden, ontwikkeld door Hanscarl Leuner. Deze aanpak is voor een deel geïnspireerd op de ideeën van Jung en zorgvuldig uitgewerkt binnen het psychoanalytisch referentiekader.
In deze tekeningen onderscheidt men o.a. 'verhinderingsmotieven', 'tegenstrijdigheden' en 'gefixeerde beelden'. Onder dit laatste verstaat men beeldscènes die steeds terugkeren en waaronder een neurotisch conflict schuilgaat.
Via deze opdrachten krijgt de student de gelegenheid tot verdieping van de analyse van tekeningen. Men leert werken met metaforen en in dialoog met de cliënt deze beelden te verstaan, zonder dat deze geïnterpreteerd hoeven worden. De imaginaties brengen de cliënt in contact met zijn creatieve vermogen en zijn onverwerkte conflicten en trauma's.

De student leert de informatie selectief te gebruiken en daarmee op verantwoorde wijze een sessie op te bouwen. Soms maakt hij gebruik van een serie tekeningen.
Het gebruik van metaforen heeft een verzachtend effect op afweermechanismen. Als een cliënt geïmagineerde conflictsituaties tegenkomt en hij door een beeld sterk wordt geraakt, kan de therapeut met empathische interventies het ik versterken. De conflictpunten zoals stresssituaties, verbazing, ontzetting en angst worden in de voorstellingen met ondersteuning van de therapeut diepgaand doorleefd. Afweerimpulsen worden voorzichtig bewerkt en het ik gesteund en versterkt.
Elk thema op zich heeft een vrij groot therapeutisch effect. De thema’s zijn onder te verdelen in drie niveaus met ieder zijn eigen specifieke tekenopdrachten en samen vormen zij een complete therapiemethode. De tekenopdrachten van het eerste en tweede jaar en die van module 1 en 2, kunnen al naar gelang de behoefte van de cliënt voorafgaande aan of ook tijdens deze opdrachten gegeven worden.
Vanuit de psychoanalytische theorieën worden in het derde jaar en module 3 de volgende onderwerpen behandeld: relatievorming/gezinsvorming, afweer en afwijkende relatievormen, o.a. travestie, transseksualiteit, pedofilie, fetisjisme.

Module 4. Traumatische ervaringen en affecten. Zelfcohesie, constructie in de tekenanalyse, continuïteit en coherentie (abstracte tekeningen)

In het vierde jaar en in module 4 leert men om abstracte geometrische tekeningen te analyseren en daarmee de taal van vormen en lijnen te verstaan. 
Voor een cliënt zijn deze tekeningen vanwege hun abstracte karakter een veilig projectieveld. Voor de therapeut is het niet eenvoudig dit materiaal te diagnosticeren en een cliënt hiermee in een therapeutisch proces te begeleiden.
De ervaring heeft geleerd dat het tekenen en kleur geven van deze abstracte tekeningen een vrij diepe inwerking heeft en dat in het bijzonder kleur een veel sterkere psychologische inwerking heeft dan vaak wordt verondersteld. Dit creatieve en psychologische proces wordt nog eens versterkt doordat het cognitieve aspect minder een rol speelt dan in de concrete tekeningen. Hierdoor tekent men vrijer en projecteert men onbewust meer in de tekening.

Het werken met deze abstracte tekeningen is ontleend aan een systeem binnen de oosterse filosofie. Dit systeem, opgebouwd uit zeven gebieden, is praktisch en interessant en biedt een helder en overzichtelijk psychologisch instrument dat aansluit bij de westerse psychologie. Elk van de zeven gebieden krijgt vorm in een geometrische tekening en wordt vervolgens besproken. De zeven tekeningen bij elkaar zijn interessant in hun onderlinge verhouding. Men maakt de tekeningen thuis, zodat er voldoende tijd is om deze op de studiedag te bespreken.
Naast andere ondersteunende psychologische vakken worden vanuit de psychoanalytische theorie de volgende onderwerpen behandeld: angsten en dwangmatigheid, contactstoornissen, de therapeutische ontmoeting, taalontwikkeling (Lacan).

De volgorde van de tekenopdrachten; concrete tekeningen, het tekenen van metaforen en abstracte tekeningen, is afhankelijk van de behoeften van de cliënt.

Intervisie opleiding en modules

Iedere student maakt deel uit van een intervisiegroep. Dit is een subgroep van zijn studiejaar of module en bestaat uit ongeveer drie à vier studenten. Iedere maand wordt er een intervisiebijeenkomst gehouden. Het doel van de intervisiebijeenkomsten is het bespreken, ter discussie stellen en doorwerken van de leerstof en van ervaringen die men heeft opgedaan bij het werken met proefcliënten. De intervisiegroep kan men ook gebruiken om met elkaar proefsessies te houden.

Elke intervisiegroep houdt ten minste één boekbespreking per jaar over een boek uit de literatuurlijst van het desbetreffende jaar.
Deelname aan de intervisiegroep is verplicht.

 

Leertherapie opleiding en module 1 en 2
Zowel in het eerste en tweede jaar als in module 1 en 2 is iedere student verplicht om minimaal acht sessies leertherapie te volgen bij een niet aan de opleiding verbonden leertherapeut. In deze therapie inventariseert en bespreekt men de levensthema’s en aspecten van de eigen ontwikkeling, om de eigen problematiek niet te vermengen met die van de cliënt en beter bestand te zijn tegen de stress van het vak (1).
Deze leertherapeut is geregistreerd en aangesloten bij één van de onderstaande verenigingen:

 

  • Nederlands Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie: N.V.P.P.

  • De Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse: N.V.P.A. Of, bij het

  • Nederlands Psychoanalytisch Genootschap: N.P.G.

 

Een lijstje met namen van therapeuten die bereid zijn deze leertherapie te geven is verkrijgbaar bij het secretariaat.

Heeft een student eerder leertherapie gevolgd en heeft hij een verklaring van een erkend leertherapeut aangesloten bij één van de hierboven aangegeven verenigingen, dan kan hij daarvoor een vrijstelling krijgen. De kosten van deze leertherapie zijn voor rekening van de student.

Supervisie

Aan het einde van het eerste jaar en van module 1, houdt ieder student op één van de studiedagen een sessie in de groep. Ter afsluiting van het tweede, derde en vierde jaar en van module 2, 3 en 4 houdt iedere student twee sessies met een cliënt onder leiding van een supervisor, met wie de student de gegeven sessie daarna doorspreekt.
Het PPCH regelt de supervisie. De kosten van de supervisie voor het tweede, derde en vierde jaar en respectievelijk module 2, 3 en 4 worden aangegeven op het inschrijfformulier.

Iedere student is bovendien in het derde jaar en in module 3 verplicht ten minste acht individuele supervisiegesprekken met één van de daartoe bevoegde docenten te voeren. In deze gesprekken staan de moeilijkheden die zich voordoen in de behandeling met tekeningen van metaforen centraal. Deze supervisiesessies zijn voor rekening van de student.

Bij- en Nascholing 
Twee keer per jaar, in het voor- en najaar, organiseert het PPCH een bij- en nascholingsmiddag voor studenten van de opleiding Analytische Tekentherapie, voor de studenten van de modules Tekenanalyse en voor afgestudeerde Analytisch Tekentherapeuten.

 

Register 
Het PPCH-register voor Analytisch Tekentherapeuten verleent duidelijkheid over de bevoegdheid van afgestudeerden. Het register waarborgt de deskundigheid van afgestudeerde Analytisch Tekentherapeuten. Alleen Analytisch Tekentherapeuten die aan de criteria voldoen, kunnen zich laten (her)registreren (zie ook Registratie).